

Voor de oorlog had de padvinderij een paar patrouilletenten en een klein sheltertje. De afmetingen zijn niet bekend, maar bij de Jamboree sliepen er toch 6-7 jongens in. In de oorlog werden de tenten verstopt en een enkele maakte zelfs omzwervingen via Nederlands-Indië. Na de oorlog werden er nog 3 extra gekocht. Sliep men voorheen op strozakken, de moderne tijd bracht slaapzakken en zelfs verfoeide kampeerbedjes.
"Op slinkse wijze werd dit agendapunt misbruikt om te disputeren over het al dan niet verklaarbaar zijn van de afwezigheid (permanent) van één prullig, unscoutlike "kampbed". 't Is jammer van de centen, maar dat de andere vier het voorbeeld van deze onderduiker mogen volgen, om aldus verdere mechanisering van het kamperen te voorkomen, is de oprechte wens van ondergetekende." (groepsraad juni 1949)Maar de tenten waren te klein. In de naoorlogse patrouilletent kon je vier, hooguit vijf jongens kwijt. Na de oorlog ging men over op afgeschreven legertenten. Die waren goedkoop en gemaakt voor een oorlog, dus geschikt voor verkenners. Als slaaptenten werden "Amerikanen" gekocht, waar 6 jongens in konden (één dwars). Ook die werden later afgedankt omdat ze te klein waren, al dacht men daar bij de aankoop anders over.
"Belangrijker was het experiment met onze nieuwe Amerikaanse tenten of kampeerhallen. De halve troep moest er aan te pas komen, toen de gevaarten, na met veel bloed, zweet en tranen gehaald te zijn, nou es overeind moesten komen. De reacties waren de moeite waard. Men gewaagde van de mogelijkheid zijn ochtendgymnastiek in de toekomst binnentents te volvoeren, met inbegrip van mastklimmen. Voorts besprak men de aanwendingsmogelijkheden van de zolder, b.v. als bagageruimte. Ook heerste er blijdschap over het feit dat ons aller vriend Maart van Duyn eindelijk een tent gevonden had waarin hij zich rechtop kon bewegen" (logboek Juliana 1948, Gerrit Schaap)
Een
probleem was ook het koken in de regen. Konden de landverkenners nog toe
met een open afdak, op een winderig zeeverkennerskamp was dit onvoldoende.
Soms werden hier oude tenten voor gebruikt, maar in 1957 kocht men een
zeer grote legertent, de "hele squad", waarin iedereen kon koken en die
ook geschikt was voor het zingen, kampverhalen en bonte avonden. In 1965
kwam daar nog een "halve squad" bij, om bij gezamenlijke kampen de overvloedige
leiding in onder te brengen.
| naam | van - tot | omschrijving, bouwjaar | foto |
| Hele squad | 1957 - na 1982 | Legertent, bouwjaar ca. 1959 | ![]() |
| Halve squad | 1965 - ~1982 | Legertent, bouwjaar ca. 1950 | ![]() |
| Fouragetent | 1966 - na 1982 | Legertent, bouwjaar ca. 1945 | ![]() |
| C.P. tent | 1979 | Legertent, bouwjaar ca. 1956 | |
| C.P. tent | 1980 | Legertent, bouwjaar ca. 1960 | |
| Halve squad | 1981 | Legertent, bouwjaar ca. ~1960 | |
| Fouragetent | 1981 | Legertent, bouwjaar ca. ~1955 | |
![]() |
|||
| Leidingsverblijfstent
Legertent |
![]() |
||
| Leidingsslaaptent
Eigen ontwerp |
![]() |
Slaaptenten zowel voor verkenners als voor leiding en ook wel als kooktent
| 4? patrouilletenten | 193.. - 194.. | Het is niet duidelijk of het allemaal dezelfde tenten waren. Uit foto's blijkt dat sommige wel of geen klein afdakje hadden. Op het tentdoek stonden emblemen van de kampen | ![]() ![]() |
| ? shelters | voor de oorlog | Direct na de oorlog 4 stuks | ![]() |
| 4 Amerikanen | 1947 - ~1980 | Legertenten, bouwjaar 1941 | ![]() |
| 3 patrouilletenten | ~1947? - na 1982 | ![]() |
|
| 2 ruimtevaarders | 1965 - na 1982 | Uit de Scoutshop | ![]() |
| 4 ruimtevaarders | 1978 - | Gemaakt in eigen opdracht door een zeilmaker naar het model van de ruimtevaarder, met diverse verbeteringen | |
| 4 ruimtevaarders | 1981 - | Gelijk aan voorgaande | |
| 4 ruimtevaarders | 2005 | Gelijk aan voorgaande | ![]() |
Emblemen van de voor-oorlogse patrouilletenten
Schipper Van der Maaden tekende
bij ieder kamp een embleem in het (nok)tentdoek van de patrouilletent met
Oost-Indische inkt. Sommige tenten zwierven zelfs naar Nederlands Indië
en kregen ook daarvan een vermelding. De meeste afbeeldingen staan bij
de diverse kampen,
maar een aantal afwijkende zijn:
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
| Tent 1 | Tent 2 | Tent 3 |
|
|
|
Primussen
waren ook petroleumvergassers die aangestoken werden door spiritus in een
schaaltje onder de kop. Ze waren redelijk robuust en eenvoudig in gebruik.
Alleen met het opstarten moest je oppassen om geen spuiter te krijgen.
Vooral buiten woei de spiritusvlam weg en was de kop soms minder warm dat
je verwachtte.
Met de komst van butagas
en gaskomfoors waren de primussen overbodig en werden ze alleen nog gebruikt
voor het postenspel (zet thee op een primus) en voor het opwarmen van grote
hoeveelheden chocomel. De vlam is heter dan een gaskomfoor. Toch hebben
velen nog een zwak voor dit soort merkwaardig apparatuur, waar nog deskundigheid
bij nodig was en dus staat er bij menigeen nog één op zolder.
Op het troephuis heeft alleen de Dorus Rijkers er nog twee staan.